Wanneer twee verschillende vloeistoffen of vloeistoffen met verschillende concentraties door een doorlaatbaar membraan zijn gescheiden, probeert de natuur beide vloeistoffen of concentraties in evenwicht te brengen. De mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de doorlaatbaarheid / ”maasgrootte” van de membranen, het soort inhoudsstof en de druk doe op de vloeistoffen wordt uitgeoefend. Gaat men ervan uit dat aan beide zijden van het membraan dezelfde druk heerst, dan zou bijvoorbeeld bij water het type dat meer mineralen bevat proberen zichzelf via het membraan met het minder mineraalhoudende water te verdunnen. Dit proces wordt osmose genoemd. Is de aanwezige druk aan de geconcentreerde zijde hoger dan aan de minder geconcentreerde zijde, dan stroomt het water in omgekeerde richting. Dit wordt omgekeerde osmose genoemd.